Het herschrijven/zelf schrijven van de column van Art voor in Het Parool – Hoe is het gegaan?

Eigenlijk liep ik hier al weken tegenaan te hikken. Ik opende een aantal keer mijn laptop en begon te typen. Telkens ontevreden met het resultaat. Ik vond het moeilijk om dit verhaal dat al verteld was, in een ‘Femke jasje’ te gieten en opnieuw te vertellen. Uiteindelijk ben ik blij dat ik het heb gedaan. Een leerzaam en waardevol proces.

Versie 1

Sofie Roozendaal, journaliste voor onder andere verschillende tijdschriften en het NRC Handelsblad deed ooit de uitspraak: ‘Ik moet een verhaal kunnen voelen. Als het mijn niet raakt, kan ik het niet goed op papier zetten.’ En zo voel ik het ook, en dat was mogelijk ook een beetje het probleem waar ik tegenaan liep met het schrijven van de column. Ik voel het leed van de wilde dieren mee, maar Art leeft zich in in de toekomst van zijn dochters, een toekomst waar ik me een aantal weken volledig op heb gefocust, maar nu ondertussen gevoelsmatig, ook wel weer genoeg had gedaan. Ondanks dat besefte ik me ook dat het over tien jaar zo maar kon zijn, dat ik iedere dag voor de plaatselijke krant over de nieuwe stoeptegels moet gaan schrijven en er vaker dingen op mijn pad gaan komen die je niet ‘100% voelt’. Dus we gaven niet op en bleven proberen.

Ik heb afgelopen weken misschien wel vijf keer opnieuw een poging gedaan om de column te schrijven. En het stuntelen bleef tot, ja nu wordt het lachwekkend, ik écht mijn gevoel los liet. Ik begon na te denken over ‘wat ik nu eigenlijk aan het maken was’. Ik dacht dat alles heel feitelijk moet zijn. Ik las het stuk van Art een aantal keer door en begon in te zien, dat hij zijn gevoel en eigen ideeën verwerkt in zijn column. ( Duhhh Femke! Maar ik moest even schakelen! ) Het feitelijke zat er doorheen gevlochten als het ware.

Dat doet me terugdenken aan het optimisme van bioloog Joeri in Congo nadat we na een urenlange jungletocht gorilla’s hadden gezien: “Als we mensen naar de maan kunnen sturen, kunnen we ook wel een paar mensenapen beschermen.”

En zo is het. Hoop ik.

Een stuk uit de column van Art

Art gebruikt zo nu een visie van een toekomstbeeld, dat niemand kan bevestigen. Zo ook in zijn afsluiting. Niet alles is gebaseerd op feiten, omdat de toekomst nog onbekend is natuurlijk.

Waarom ik er dan uiteindelijk wel voor heb gekozen om alsnog Art en zijn twee dochters in mijn versies te betrekken en er niet voor heb gekozen om het hele concept om te gooien en het voor iemand anders te schrijven, is omdat het voor mij nu om de boodschap ging + het maken van de column . Dit toekomstbeeld had ook voor Piet of voor Klaas, voor mijn zusje of mijn mogelijk toekomstige kind kunnen zijn, maar de boodschap zou hetzelfde blijven.

Wat ik zelf zo prettig vond aan het schrijven van de column ( en het bezig zijn met puur en alleen schrijven, en niet met bijvoorbeeld de opmaak ) is dat ik de diepte in kon gaan. Ik moest mezelf beperken tot een bepaalde hoeveelheid woorden, maar heb gevoelsmatig zowel informatief als welbeschouwd kunnen zijn.

Versie 2

Toch begon er toch weer iets te knagen. Want zou ik het zelf ook zo hebben aangepakt als ik deze informatie zou hebben liggen? Ik begon na te denken, en er was een stuk uit de column, dat in mijn hoofd bleef hangen:

Het was een poosje het favoriete boekje van die twee. Dieren in de Jungle. Kleurrijke tekeningen van tijgers, papegaaien, apen en olifanten, en als je op een knopje drukt, hoor je ze brullen, kraaien, schreeuwen en toeteren. 

Een stuk uit de column van Art

Ik bleef dat boekje voor me zien, met knopjes , mooie ouderwetse tekeningen en schelle dieren geluiden. Ik wilde iets met dat boekje doen. Ik zou de pagina die ik net als Art bijvoorbeeld zou krijgen in de krant, vullen met een ander idee. Maar wel met dezelfde basis: de toekomst van Puk een Keesje.

Ik besloot daarom om naar de kringloop winkel gegaan, opzoek naar van alles met wilde dieren. Ik vond een hoop kinderspeelgoed met geluid, maar tevergeefs stonden er alleen boerderij dieren op het speelgoed. Uiteindelijk kwam ik thuis met 4 boeken vol met illustraties en een kwartet spel met 200 verschillende dieren erop. Ik wilde het boekje van Puk en Keesje visueel maken en hield mezelf daarom maar bij de 4 boeken.

Ik begon te knippen en stalde alle dieren die ik nodig had uit op mijn bureau en begon vervolgens te fotograferen en te spelen in photoshop. Opnieuw liep ik weer tegen de lamp, want ik had het mezelf wel weer lekker uitdagend en moeilijk gemaakt. Ik vind het eindresultaat mogelijk nét iets te chaotisch. De ruimte die ik tussen het boek en de plaatjes door over had, was te weinig om net zoals bij de eerste versie de diepgang op te zoeken. Ik had het tenslotte ook gewoon bij 1 versie kunnen laten, maar ik wilde dit gewoon proberen. Ik wil mensen graag verbazen. Daarom hield ik het beknopter er werd alleen de vraag ‘ gaan de dochters van Art over 50 jaar nog een gorilla in het wild zien? ‘ specifiek behandeld, en werd de rest van de pagina gevuld met kortere weetjes.

Zo werd mijn pagina in Het Parool, totaal anders.

Conclusie

Eigenlijk zou ik tot de perfecte combinatie van versie 1 & 2 willen komen. Het gebruiken en het spelen met woorden heeft zoveel kracht, dat ik denk dat het visueel maken van wat je wilt vertellen, het alleen nog maar krachtiger kan maken.

Als je mij vraagt of ik dit nog een keer zou doen, zeg ik ja! Maar die column van Art, ondanks de mooie momenten en kansen die het mij heeft gebracht, heb ik voor nu wel even genoeg gezien.

Tot de volgende!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *